Gelijk loon voor gelijk werk - Actueel
VLD

Actueel

De prijs van de genderkloof

14 september 2007

Werkende vrouwen van over heel de wereld klagen sinds jaar en dag over ongelijke lonen tussen mannen en vrouwen. De loonwig tussen mannen en vrouwen is echter niet alleen onrechtvaardig, maar ook economisch schadelijk. Zo berekenden economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat de genderkloof tussen mannen en vrouwen de wereld jaarlijks miljarden dollars aan economische groei kost. Zo zou er een sterk verband bestaan tussen de economische en de sociale status van de vrouw en de globale economische groei. Het gebrek aan onderwijs, gezondheidszorg, economische en sociale opportuniteiten voor vrouwen legt een hypotheek op de economische groei. DE TIJD

In het rapport 'The State Of The World's Children' stelt Unicef dat de gelijkheid tussen de seksen een dubbel dividend oplevert: gezonde, opgeleide vrouwen brengen gezonde, opgeleide kinderen voort. Volgens Unicef nemen vrouwen voor het huishouden een grotere verantwoordelijkheid op dan mannen en ze spenderen meer aan voeding, medicijnen en de opvoeding van de kinderen. Maar wat Unicef suggereert als oplossing voor de ontwikkelingslanden, namelijk dat vrouwen verantwoordelijk moeten zijn voor het huishouden en de opvoeding van de kinderen, is precies de oorzaak van het probleem.

Het dubbele dividend is eerder een vloek dan een zegen, want het verwijst de vrouw naar de haard. Beleidsmaatregelen die het traditionele rollenpatroon bevestigen, zouden moeten worden afgeschaft. In de plaats moeten we vrouwen meer economische kansen geven zodat ze kunnen bijdragen tot de economische groei.

Uitgehuwelijkt

Het bewijs van die stelling kunnen we vinden in West-Europa. Volgens de Nederlandse historici Tine de Moor en Jan Luyten van Zanden was in Europa de vroege breuk met het patriarchaat in de late middeleeuwen (1200-1500) verantwoordelijk voor de opkomst van het kapitalisme en de toenemende welvaart in de westerse wereld. Meisjes werden niet meer uitgehuwelijkt, maar kozen hun eigen echtgenoot. Daardoor werd het voor ouders de moeite waard om in het onderwijs en het welzijn van hun dochters te investeren.

Het gevolg daarvan was dat in de vijf daaropvolgende eeuwen de Europese economie veel sneller groeide dan die van de Chinezen. Maar intussen is de situatie omgekeerd. Vorig jaar wees The Economist erop dat vooral in China en andere Aziatische landen vrouwen de motor achter de globale groei zijn geworden. Het lijkt erop dat de Aziatische economieën beter dan de Europese gebruikmaken van de arbeidsreserves die vrouwen bieden. In Azië werken meer vrouwen. Ze werken ook langer en in bedrijven groeien ze sneller door dan de Europese vrouwen. Op de Filipijnen heeft 89 procent van de bedrijven vrouwen in het senior management. Voor vrouwen in topfuncties volgen China, Hongkong, Indonesië, Taiwan en Singapore op korte afstand. Zelfs in India, waar meer dan de helft van de vrouwen ongeletterd is, hebben meer vrouwen functies in het senior management dan in landen als Duitsland of Nederland.

In Europa hebben de vrouwen al lang de opleidingskloof met de mannen gedicht. Desondanks bezetten ze slechts 8,5 procent van de zitjes in de bestuurskamers. Met uitzondering van Scandinavië is het aantal vrouwen als bestuurder in Europese topbedrijven aan het stagneren.

Schuld

Dit is ten dele het klassieke verhaal van erbij te horen of niet. De dominantie van de mannen op de arbeidsmarkt werkt als een kartel dat vrouwen met talent van topfuncties afhoudt. Gemiddeld bedraagt het loon van de vrouw de helft van dat van de man.

Maar ook de vrouwen treft schuld. In Europese landen als Duitsland en Nederland kiezen hooggeschoolde vrouwen vaak om thuis voor de kinderen te zorgen of voor een deeltijdse job. In Nederland kiest slechts 1 op de 10 vrouwen met kinderen om voltijds te werken, tegenover 9 op de 10 mannen met kinderen. Het hoeft dus niet te verwonderen dat werkgevers vrouwen niet ernstig nemen.

De vrouwelijke bijdrage tot de Duitse economie bedraagt ongeveer 27 procent. Een ruwe schatting leert dat, als vrouwen ietwat meer buitenshuis zouden werken en hun bijdrage tot de Duitse economie tot bijvoorbeeld 35 procent zouden verhogen, dat zou leiden tot een bijkomende groei van het bbp met 11 procent of ongeveer 60 miljard euro per jaar. Wat uiteindelijk betekent dat de vrouwen nog steeds de helft minder buitenshuis zouden werken dan de mannen. Met de extra middelen die de vrouwen zouden genereren, zou de Duitse overheid werk kunnen maken van de aanpak van de vergrijzing en zouden er nog miljarden overblijven om aan onderwijs en gezondheidszorg te spenderen.

Wat geldt voor Nederland en Europa, geldt ook voor de rest van de wereld: de opheffing van de bestaande ongelijkheden tussen mannen en vrouwen heeft niet enkel met rechtvaardigheid te maken, het is ook economisch zinvol.

Heleen Mees is een New Yorkse econome en advocate

Vorige artikels

Gelijk loon voor gelijk werk bestaat zelden (14 feb 2008)

Vrouwen blijven achter op arbeidsmarkt (18 jan 2008)

"Niet te snel met quota voor vrouwen" (15 jan 2008)

"Open je geest, verruim je netwerk" (21 sep 2007)

De prijs van de genderkloof (14 sep 2007)

Glazen plafond is gebarsten, maar nog niet gebroken (08 sep 2007)

Belgische loonkloof op een na kleinste van Europa (19 jul 2007)

Leeftijd helpt vooral mannelijke werknemers aan hoger loon (16 jul 2007)

Genderdiversiteitsbeleid in bedrijven lost loonkloof op (10 apr 2007)

Meer assertiviteit dicht loonkloof (28 mrt 2007)

Meer actueel...