Gelijk loon voor gelijk werk - Actueel
VLD

Actueel

Gelijk loon voor gelijk werk bestaat zelden

14 februari 2008

Gelijk loon voor gelijk werk? Dat bestaat alleen als geen rekening wordt gehouden met geslacht, leeftijd, sector, regio, grootte en winstgevendheid van het bedrijf. In werkelijkheid spelen al die factoren een doorslaggevende rol. (HET NIEUWSBLAD)

De conclusie dat tal van factoren het loon beïnvloeden, valt te trekken uit een rapport over de 'Loonstructuur in België', opgesteld door het departement Toegepaste Economie aan de Brusselse universiteit ULB. Professor Robert Plasman stelde het gisteren voor, in aanwezigheid van zijn opdrachtgever, de socialistische vakbond ABVV. Wat zijn nu de acht belangrijkste loonverschillen?

Mannen/vrouwen.

In België verdienen vrouwen gemiddeld 14,9 procent minder dan mannen: 2.387 tegen 2.807 euro (zie tabel). In andere Europese landen varieert die loonkloof van4 tot 25procent. Minder dan de helft van die ongelijkheid kan verklaard worden door de verschillen in beroeps- en sectorkeuze tussen mannen en vrouwen. Als ook het grote verschil in deeltijds werk wordt meegeteld, loopt de loonkloof volgens gender op tot 20,5 procent. In de meeste industrielanden, ook bij ons, neemt dat verschil af, maar blijft de kloof te groot in verhouding tot het gelijkwaardige opleidingsniveau van jonge mannen en vrouwen.

Jong/oud.

Leeftijd is van supergroot belang voor het niveau van het loon, vooral bij de bedienden. Gemiddeld bereiken Belgische arbeiders hun maximumloon op de leeftijd van 46jaar en de Belgische bedienden op 54jaar. Bij bedienden stijgt het loon tussen het begin van hun loopbaan tot aan de loonpiek met ruim 70procent. Bij arbeiders is dat maar 12procent.

Deeltijds/voltijds.

Een op de vijf van alle werknemers werkt deeltijds. Bij mannen is dat maar 7procent, bij vrouwen 41. Dat verklaart het lagere loongemiddelde voor vrouwen, die dan ook nog eens in lagere functies werken in minder goed betalende sectoren. Uiteraard verdienen deeltijders proportioneel minder dan voltijders, maar daarenboven verliezen ze bonussen en premies die gebonden zijn aan een voltijdse baan.

Werklozen.

Het loon van werknemers die voordien werkloos zijn geweest, ligt gemiddeld 5,1 procent lager. Die kloof neemt toe met de duur van de voorgaande werkloosheidsperiode. Bij een korte werkloosheid, van een tot twee maanden, ligt het maandloon 3,7 procent lager. Wie meer dan zeven maanden werkloos was, verliest 7procent aan loon. Dit fenomeen valt weg na vier jaar anciënniteit. In België is dit fenomeen veel geringer in omvang dan in de meeste andere industrielanden.

Sectoren.

De loonverschillen tussen de bedrijfssectoren zijn groot -zij het in België minder groot dan in de Angelsaksische landen- en nemen niet af in de tijd. Ze zijn dus niet conjunctuurgebonden. De hoogste lonen worden betaald door de energiesector, tot een derde meer dan het nationaal loongemiddelde. Helemaal onderaan zit de horeca, met 10 tot 15procent lagere lonen dan gemiddeld.

Klein/groot.

Werknemers in kleine bedrijven verdienen gemiddeld minder dan in grote bedrijven. Het gemiddelde bruto-uurloon in een kmo met minder dan 50werknemers bedraagt 11,97 euro, tegen 16,37 euro in bedrijven met meer dan 1.000 werknemers, of een verschil van ruim een derde. Hiervoor geeft de UBL meerdere verklaringen: er zijn meer grote bedrijven in rijke sectoren; de bedrijfs-cao's in grote bedrijven gaan boven de minimumloonafspraken; de anciënniteit ligt hoger in grote bedrijven (12,2 jaar tegen 8,8 jaar in kmo's). En omdat grote bedrijven vaak een betere winstgraad realiseren, kunnen ze hogere lonen betalen.

Winstcijfers.

Binnen eenzelfde sector zal een bedrijf dat tweemaal meer winst maakt dan gemiddeld, lonen betalen die tot 6,3 procent hoger liggen. Het aandeel van de loontrekkenden in de Belgische economie is afgenomen: in 1997 waren de lonen goed voor 63,9 procent van de toegevoegde waarde, in 2006 was dat nog 60,7 procent.

Regio's.

Ook zonder volledige regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid bestaan er al (grote) verschillen tussen de regio's. Die vaststelling geldt voor bijna de helft van de bedrijfssectoren. Die regionale loonverschillen variëren van 22procent voor de werknemers in Vlaanderen, tot 28procent ten gunste van de werknemers in Wallonië, naargelang de sector en de beroepsgroep. De regionale loonafwijking kan oplopen tot maximaal 7euro verschil per uur. Meestal ligt het loon van arbeiders en bedienden hoger in Vlaanderen dan in Wallonië. Bedienden verdienen nog meer in Brussel dan in Vlaanderen.

Voor meer info, surf www.dulbea.org

Vorige artikels

Gelijk loon voor gelijk werk bestaat zelden (14 feb 2008)

Vrouwen blijven achter op arbeidsmarkt (18 jan 2008)

"Niet te snel met quota voor vrouwen" (15 jan 2008)

"Open je geest, verruim je netwerk" (21 sep 2007)

De prijs van de genderkloof (14 sep 2007)

Glazen plafond is gebarsten, maar nog niet gebroken (08 sep 2007)

Belgische loonkloof op een na kleinste van Europa (19 jul 2007)

Leeftijd helpt vooral mannelijke werknemers aan hoger loon (16 jul 2007)

Genderdiversiteitsbeleid in bedrijven lost loonkloof op (10 apr 2007)

Meer assertiviteit dicht loonkloof (28 mrt 2007)

Meer actueel...